Oppositie roept wethouder ter verantwoording

donderdag 7 november 2019 12:20

Blik op Zeewolde- De oppositie, Zeewolde Liberaal, PvdA/GroenLinks, D66 en BurgerBelang, willen een  ‘interpellatiedebat’ tijdens de raadsvergadering van 7 november. Onderwerp: de uitspraken van  wethouder Prins op Omroep Flevoland over de cijfers van het Rijksinstituut RIVM betreffende de stikstofuitstoot.

Een interpellatiedebat, bedoeld om een bestuurder te bevragen, is een novum voor politiek Zeewolde. Tijdens een dergelijk debat kunnen ook moties worden ingediend. Naar aanleiding van de uitspraken heeft de oppositie eerder schriftelijke vragen aan het college van B&W gesteld. Daaruit werd duidelijk dat het college unaniem is  dat hetgeen door wethouder Prins over het RIVM is gezegd, op persoonlijke titel heeft plaatsgevonden. Dit is in het interview door de wethouder expliciet aangegeven, maar door Omroep Flevoland niet uitgezonden/er uit geknipt.

Hoofdredacteur Berends van de omroep vertelde fractievoorzitter Cees Steijger van Zeewolde Liberaal dat de wethouder is geïnterviewd als wethouder. ‘Ze heeft inderdaad aangegeven, in het interview, dat het ging om een  persoonlijke opvatting.  Alleen kan ik daar niet zoveel mee, scheiding persoon en functie, als het de geïnterviewde uitkomt, zou raar zijn. Voor ons/mij als journalist is het opmerkelijk een wethouder (persoon of functie) te interviewen die ronduit meldt dat wetenschap ook maar een mening / opvatting is’.

Zeewolde Liberaal, PvdA/GroenLinks, D66 en BurgerBelang eveneens van mening dat een wethouder die zich in het publieke debat uitspreekt, dit doet als wethouder en niet als privépersoon. ‘Dit ongeacht of een wethouder aan het begin van een interview heeft aangegeven dat het op persoonlijke titel is.’

Steijger: ‘In het gewraakte interview wordt wethouder Prins meerdere malen expliciet aangesproken als wethouder en expliciet gevraagd hoe ze als wethouder over het RIVM denkt. Op geen enkele wijze corrigeert de wethouder de interviewer noch maakt ze aanstalten om het interview vanwege deze wijze van aanspreken per direct te beëindigen. Daarnaast spreekt de wijze van beantwoording door wethouder Prins voor zich. Zij spreekt hier als wethouder die ‘iets met die cijfers moet.’

De oppositie wil dat Prins zich voortaan ‘in communicatie naar publieksgroepen, burgers en (sociale) media’ aangaande collegestandpunten (en over zaken waarover zij vanwege het wethouderschap  kennis heeft genomen, haar privé mening achterwege laat.

De vier partijen willen ook dat de wethouder een brief schrijft aan het RIVM dat ze het betreurt dat door de wijze waarop zij het interview heeft gegeven, het beeld is ontstaan dat de ernstige beschuldigingen die zij aan het adres van het RIVM heeft geuit, vanuit haar functie als wethouder zijn gedaan. Terwijl haar mening op geen enkele wijze het collegestandpunt en de mening van de gemeenteraad verwoord, maar enkel haar persoonlijke opvatting betrof.

Of de wethouder daarbij haar excuses aanbiedt is aan haar, zegt Steijger, ‘maar het lijkt het ons geen verkeerde gedachte als ze dit wel zou doen.’Dit om te voorkomen dat de positie van de gemeente wordt geschaad, er verwarring bij het publiek ontstaat over ingenomen collegestandpunten, de collegialiteit binnen het college wordt aangetast en de raad haar vertrouwen in deze wethouder verliest.’