Nieuw sportcomplex wordt een plaatje (en heel erg duurzaam)

woensdag 7 oktober 2020 11:09

Blik op Zeewolde- ‘Het nieuwe ‘Baken’ moet een gebouw van ons allemaal worden’, zegt wethouder Ewout Suithoff. Het Baken staat net na een ‘knik’ in de Horsterweg en is zo een heel bepalend gebouw. Dat is het nu niet. Een wat saaie  blokkendoos, een anoniem en afgesloten gebouw. Je hoort het hem niet zeggen, maar het ligt hem duidelijk voor in de mond. Het Baken was indertijd een ‘cadeau’ van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (het bestuur van Zeewolde voor het in 1984 een zelfstandige gemeente werd) zoals wel meer gebouwen in het dorp.

(dit artikel verscheen eerder in de papieren editie van Blik op Zeewolde van 30 september jl.)

Veel heeft het toen waarschijnlijk niet mogen kosten. Het gebouw is nu na dertig jaar ‘op’ en renoveren is een kostbare zaak. Architect Peter Baas van Slangen en Koenis architecten uit IJsselstein, gespecialiseerd in sportgebouwen, heeft er nu iets bijzonders van gemaakt. Een echt openbaar gebouw.

Gemeenteraadsleden maakten al kennis met het plan en waren enthousiast, soms zelfs onder de indruk, ook trots. ‘Een aanwinst’ werd het tijdens een raadsinformatie-avond genoemd.

‘We wilden een uitnodigend, aantrekkelijk gebouw’, zegt wethouder Ewout Suithoff. ‘Een gebouw waar je met plezier naar kijkt en met plezier heen gaat.’ Het gebouw is niet alleen aan de voorkant mooi, aan alle kanten is aandacht besteed. Baas heeft zich georiënteerd op Zeewolde en haar geschiedenis. De plint is van beton en glas. De opvallende gevel van gevlochten aluminium is gebaseerd op de gevlochten wilgentenen (zink)matten die gebruikt werden als basis voor de dijken. ‘We hebben ook gespeeld met de kleur en de opdracht was dat het niet bescheiden hoefde te zijn. We hebben vier kleuren gebruikt, van roze tot rood. In de zon geeft dat een steeds veranderend effect. Er is ook gebruik gemaakt van geprofileerde staalplaten. Door het glas kun je het zwembad direct zien.’ Voor doelgroepen die anonimiteit op prijs stellen kunnen ‘blinden’ naar beneden.

De sporthal is naar achter verplaatst, waar nu de – zelden gebruikte – zonneweide van het zwembad ligt. Het zwembad is ‘verschoven’ naar voren. Daardoor is ruimte ontstaan voor een fraaie entree met een ‘entreeplein’, de parkeerplaats ligt daar weer voor. De entreehal is de huiskamer van het gebouw. Voor scholen is er een eigen ingang, met uiteraard fietsenstalling. Gebruikers, bezoekers en omwonenden worden volgend jaar betrokken bij de inrichting, bij de sfeer en de ‘functionaliteiten’, van het plein.

De verschillende zones in het gebouw worden niet uitgevoerd in uitgesproken kleuren, maar per deel komen er wel herkenbare accentverschillen. Ook in de sporthal is gekeken naar sfeer en warmte. De dakdragers zijn van hout in plaats van koud metaal. Ook de plinten zijn van hout, dat voor de akoestiek geperforeerd is. Sportleiders hoeven zich zo niet meer de longen uit hun lijf te schreeuwen om gehoord te worden. In de sportvloer komt het rode van de gevel terug. Ewout Suithoff: ‘Gebruikers zijn intensief betrokken geweest bij de inrichting van de sporthal.’ Baas: ‘Op hun verzoek is gekeken naar oplossingen om aan hun wensen tegemoet te komen. Het is lastig om iets te maken dat iedereen bevalt, maar dat is hier wel gelukt.’ Personeel was betrokken bij het hele pand.

De entreehal is niet alleen de huiskamer van het complex, maar ook het ‘verlengde’ van het plein. Met een plafond van vilt, ook voor de akoestiek, een sfeervolle vloer en goede meubels. Er is een vide die voor veel licht zorgt. Het personeel zit hoog en droog en heeft vanuit de kantoorruimte alle zicht op de hal.

‘De gemeente Zeewolde heeft een naam hoog te houden op gebied van duurzaamheid’, zegt projectleider Sam Onder van Straman Management en Advies, die gemeente begeleidde bij de definitie- en ontwikkelfase van het nieuwe sportcomplex. Een zwembad is traditioneel een grootgebruiker van energie, dus daar is veel te winnen. Het is bad is gasloos en het verbruik van elektriciteit is minimaal door de (ca. 650) zonnepanelen op het dak. Deze zorgen ervoor dat het gebouw energieneutraal is met een EPC, Energie Prestatie Coëfficiënt, van maar liefst 0.0.

Op de lagere delen van het dak wordt sedum geplant. Sedum of vetkruid is een sterke tuinplant die meestal wat later in de zomer bloeit met kleine bloemen en vlinders en bijen trekt. Klimaatadaptief of natuurinclusief bouwen heet dat. Het gebouw moet – wettelijk – een versterkende werking hebben voor de natuur, voor de bio-diversiteit. ‘Sedum houdt de warmte vast, buffert regenwater (zodat het niet in één keer het riool instroomt) en biedt een leefomgeving voor bijen en andere insecten. Bovendien ziet het er mooi uit’, vertelt architect Peter Baas. In de zomer wordt de warmte naar binnen ‘gehaald’ door het glas. In de koudere maanden blijft de warmte binnen door het drievoudig dubbel glas. Het zwembad is met een RC-waarde van 8.0 (‘hoger kun je bijna niet scoren’) zeer goed geïsoleerd. En dan de vleermuizen die nu (naar alle waarschijnlijkheid) in het gebouw huizen, zij hoeven niet te vrezen voor hun leefgenot. Aan de gevel komen speciale kasten voor deze dieren.

In oktober wordt begonnen met de sloop van het oude zwembad om plaats te maken voor het nieuwe zwembad. In oktober/november gaat de sporthal drie weken dicht, de hal wordt dan wind- en regendicht gemaakt en er wordt een noodvoorziening voor energie geplaatst. Tegelijk worden de kleedkamers afgebroken en vervangen door tijdelijke kleedunits. In mei 2021 gaat de sporthal volledig dicht, met de verenigingen en scholen worden afspraken gemaakt over alternatieve locaties. Medio 2022 staat er dan een volledig nieuw, duurzaam sportcomplex.

De gemeenteraad wilde een plus op de wettelijke duurzaamheidseisen en krijgt met dit ontwerp een ‘extreem’ duurzaam gebouw. Op die manier worden de jaarlijkse exploitatielasten gedrukt. Het gebouw is ontworpen volgens de regels van de Trias Energetica.

  1. Het energieverbruik is beperkt door verspilling tegen te gaan, een compacte gebouwvorm en isolatie van de buitenschil (gevels, daken en vloeren).
    2. Maximaal gebruik van energie uit duurzame bronnen en
    3. Zo efficiënt mogelijk gebruik van fossiele brandstoffen om in de resterende energiebehoefte te voorzien