Het verhaal van jeugdarts Elise Beket ten tijde van het coronavirus

vrijdag 24 april 2020 13:35

Blik op Zeewolde- Thijs Meyaard, student journalistiek Hogeschool Windesheim, interviewde GGD-jeugdarts Elise Beket, werkzaam in Dronten en Zeewolde. Het interview drukken wij hier integraal af. De kop: ‘‘Via de telefoon word ik niet veel wijzer van de ontwikkeling van een kind’

‘Als jeugdarts zorg je voor alle kinderen en jongeren. Je werkt met jonge kinderen en hun ouders op het consultatiebureau en met oudere kinderen op het basis- en voortgezet onderwijs. Maar hoe doe je dat ten tijde van het coronavirus? Ook de jeugdartsen zagen hun werk van de een op de andere dag veranderen. ‘Periodieke gezondheidszorgen vinden plaats op school, maar die zijn door de huidige situatie volledig stil komen te liggen’, vertelt Elise Beket, jeugdarts van GGD Flevoland.

Beket werkt zestien uur als jeugdarts, specialiseert één dag per week en doet ook nog eens twee dagen promotieonderzoek. Dat voerde ze uit op het AMC in Amsterdam, waar ze haar eigen bureau heeft. Nog voordat op 12 maart de eerste maatregelen van kracht gingen, deed Beket dat onderzoek vanuit huis. ‘Ik had voor mezelf besloten dat het beter was om thuis te blijven. Het is heel erg wennen. Aan de ene kant verveel ik me een beetje, maar aan de andere kant ben ik heel druk.’

Met haar werkzaamheden als jeugdarts, bijvoorbeeld. Die gaan, zover het kan, gewoon door. Ontkennen dat het anders is, doet Beket niet. ‘Heel anders zelfs. Van de een op de andere dag konden we geen fysieke consulten meer doen. Omdat we op dat moment nog niet wisten hoe lang het allemaal zou duren, moesten we de eerste twee weken vrijwel alles afzeggen. Normaal gesproken zijn wij veel aanwezig op scholen, maar die sloten hun deuren, waardoor die werkzaamheden grotendeels stil zijn komen te liggen. Periodieke gezondheidsonderzoeken, bijvoorbeeld. Die vinden plaats op de scholen, maar kunnen we op dit moment niet uitvoeren. Ik heb veel vragen over de ontwikkeling van basisschoolleerlingen, maar via de telefoon word ik daar niet veel wijzer van. De kwaliteit van zorg is beter als je elkaar echt ziet.’

Als jeugdarts weet Beket als geen ander hoe belangrijk het is om niet in problemen te denken, maar in oplossingen. In plaats van een bezoek te brengen aan de middelbare scholieren, worden er online vragenlijsten aangeboden. Op die manier probeert de jeugdgezondheidszorg toch een beeld te krijgen van de kinderen en/of jongeren die hulp nodig hebben. De huidige situatie betekent dus niet dat Beket het een stuk rustiger aan kan doen. ‘Als jeugdarts heb ik verschillende taken, waaronder de verzuimgesprekken. Niet met leerlingen die ziek thuiszitten, want alle kinderen zitten nu thuis. Wel met leerlingen die de docenten niet te pakken weten te krijgen of niet aanwezig zijn tijdens de onlinelessen. Die vinden plaats door middel van beeldbellen, dus het is belangrijk dat mensen de programma’s hebben om dat te doen.’

Kinderen gaan nu niet naar school en veel ouders werken thuis. Een nieuwe situatie, die voor spanningen kan zorgen. ‘Je moet als ouder niet te veel van je kind en jezelf eisen’, vertelt Beket. ‘Zorg voor een duidelijke structuur. Het is belangrijk dat de kinderen hun huiswerk blijven maken, maar zorg voor afwisseling. Een uur geconcentreerd aan school en dan even een halfuur iets anders doen, bijvoorbeeld. Daarnaast blijft de hoofdtaak van een ouder het ouderschap. Ik hoor veel ouders zeggen dat ze zichzelf ook als juffrouw of meester zien, maar ze moeten zich blijven bedenken dat ze ouders zijn en blijven. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar wel belangrijk.’

Mochten de ouders het even niet meer weten of lopen de spanningen thuis te hoog op, staan de jeugdartsen en jeugdverpleegkundigen paraat. ‘Wat voor ouders belangrijk is om te weten, is dat wij als jeugdartsen nauw in contact staan met de scholen, gemeenten en andere ketenpartners. Ouders kunnen ons ook zelf bereiken. We zijn dan niet fysiek aanwezig op de GGD, maar wel telefonisch en per mail. Wij blijven ons werk doen.’