Een pleidooi voor lokale producten: Vers van de boom is lekkerder

maandag 7 september 2020 09:36

Blik op Zeewolde- Voorstanders van het eten van lokaal geproduceerd voedsel zeggen vaak dat van eigen bodem beter smaakt. Is dat ‘beleving’ of is het echt waar? Sjaak Dekker, beheerder van de boomgaard van de MMM en landbouwdeskundige bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, legt uit dat het de kunst is fruit te plukken vlak voor het rijp is.

(dit artikel verscheen eerder in de maandkrant Blik op Zeewolde van 2 september)

Het kan dan in de winkel of thuis nog een beetje ‘narijpen’. ‘De smaak ontwikkelt zich aan de boom’, doceert hij. ‘Ik probeer het zo te plannen dat appels, peren en puimen steeds zo vers en lekker mogelijk in de winkel komen te liggen.’ Sjaak laat me, vlak voor ze de boerderijwinkel aan de Gelderseweg ingaan, uit de mand met net geoogste pruimen proeven en later ook kersen uit eigen tuin. Conclusie: vers van de boom is absoluut lekkerder. Een traktatie. Liefhebbers weten het: een feestje!

Fruit dat voor de export is, of bedoeld is om lang te bewaren in koelhuizen, wordt veel eerder geplukt. In de bewaring, tijdens vervoer en op de fruitschaal rijpt het fruit na, maar het wordt nooit zo lekker dan wanneer het vers en (bijna) rijp geplukt wordt van de boom. Fruit wordt ook wel eens zo vroeg geplukt, dat het niet meer na rijpt. ‘Dat zien we nog wel eens bij pruimen uit het buitenland. Ze zien er dan prachtig rood uit in de winkel, maar worden nooit lekker’.

Is het niet vreemd dat in de supermarkt appels te krijgen zijn uit Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Chili of Australië? Ontnemen we onszelf op die manier de vreugde over aardbeientijd of de kersentijd? ‘Het is wel leuker om aardbeien te eten in het seizoen. Dan zijn ze lekker zoet’, zegt Marjet Dekker, die op verzoek bij het gesprek komt zitten. Het pleidooi voor eten met de seizoenen mee geldt ook voor landbouwproducten als aardappelen. Bekend is dat nieuwe aardappelen zo van het land het allerlekkerst zijn.

We willen op elke moment zo vers mogelijk kunnen eten wat we wensen, maar producten van eigen bodem zijn niet het jaar rond te krijgen. Hollandse appels, zoals Elstar, zijn bijvoorbeeld verkrijgbaar van september tot in april, daarna wordt de kwaliteit toch wel minder en komen ze uit verre buitenlanden.  Dat geldt ook voor bijvoorbeeld uien, die kunnen goed bewaard worden, maar uiteindelijk wordt de kwaliteit toch minder. Bij de ‘super’ zie je daarom bijvoorbeeld rode uien uit Egypte.

Plastic wordt gebruikt om fruit en groenten te beschermen tijdens hun reis om de wereld

Het nadeel van fruit (en groenten) de halve wereld over slepen is dat dit gaat per vliegtuig of per boot. Dat kost kerosine of, met het schip, zware stookolie om maar niet te spreken over stikstof- en CO2 uitstoot en andere nadelige effecten op het milieu. Er zijn wel minder vervuilende alternatieven in ontwikkeling, maar dat kan nog vele jaren duren. Voor het transport is veel verpakkingsmateriaal nodig. Voor de houdbaarheid wordt veel verpakt in plastic en is dus ook weer nadelig voor het milieu. Wel wordt er steeds meer composteerbaar plastic gebruikt, maar ook daar zitten nog haken en ogen aan. Het afbraakproces is traag (daarom mag het ook niet bij het GFT afval).

De conclusie blijft dat lokaal kopen beter, lekkerder en duurzamer is. Afgezien van de beleving, worden ‘onze eigen’ boeren ermee geholpen.

Op etiketten is de vermelding van het land van herkomst verplicht gesteld door de Europese Commissie. Zo kan de consument bewust kiezen. Zelfs de lettergrootte van de vermelding is geregeld, zo wordt voorkomen dat de vermelding onleesbaar klein wordt afgedrukt. Alleen in deze tijd, oogsttijd, liggen vooral Nederlandse producten in de supermarkten.