Burgertafel: samenwerking bestuur en burger

woensdag 7 juni 2017 10:16

De Burgertafel, die gisteren gepresenteerd werd door wethouder Winnie Prins, is de nieuwste vorm van samenwerking tussen bestuur en burger. De Burgertafel geeft het college van burgemeester en wethouders advies, gevraagd en ongevraagd, over drie wetten; de Wet maatschappelijke ondersteuning, de participatiewet en de Wet op jeugdzorg. De uit zeven leden bestaande Burgertafel neemt de plaats in van de Wmo-raad, de 55+raad en de cliëntenraad SDV. De raad bestaat uit Rianne Hazelaar (ontbreekt op de foto), Karen Boellaard, Jan Seesing, Thea Thijen, Flip Tepper, Erik Wallenburg en voorzitter Karin Kasper-Hilt.

In de maandkrant Blik op Zeewolde is ruim aandacht geweest voor de Burgertafel. Het hoofdartikel drukken we hieronder af.

Burgertafel krijgt zware opdracht. De wet verplicht gemeenten om burgers te laten participeren, maar ze mogen zelf weten hoe. Adviesbureau Movisie, expert op het terrein van het Sociaal Domein, heeft samen met leden van de Wmo-Raad, de 55+raad en de cliëntenraad SDV (Sociale Dienst Veluwerand) de Burgertafel ontwikkeld. De Wmo-raad en de 55+raad blijven bestaan als cliëntenraden.

De drie raden zijn belangrijk geweest voor de gemeente. ‘Door hun adviezen is het  gemeentelijk beleid verbeterd’, zegt wethouder Winnie Prins, die de raden mooie voorbeelden van participatie noemt. ‘ We wilden zo verder, maar dan wel breder.’ Het aantal leden van de Burgertafel is bewust beperkt gehouden vanwege de slagvaardigheid. De vijf leden, feitelijk de beoogde leden want de tafel moet nog geïnstalleerd worden, hebben allen een groot netwerk/ achterban of worden in staat geacht een zo’n achterban op te bouwen. De  eerste onderwerpen liggen al klaar; beschermd wonen, huiselijk geweld, inkoop jeugdvoorzieningen, privacy (hoe ga je om met de privacy van mensen die met één van de of met meerdere wetten te maken hebben), de bestaande samenwerking met gemeenten op de Veluwe op gebied van inkoop en de sociale dienst.‘De sollicitatieprocedure heeft lang geduurd’, zegt Winnie Prins.

‘We vragen wel wat en mensen moeten maar net willen en kunnen, het vraagt echt wel wat van mensen. We zijn ons zeer bewust van de zwaarte van deze opdracht’. Ze moeten breed kunnen nadenken over alle drie de wetten en de verbindingen daartussen.’ Makkelijk was het niet. Vooral omdat er niet gevist is in de vijver met Zeewoldenaren die al ‘overal’ bij betrokken zijn. ‘Je ziet overal bij gemeenten een groeiproces om nog beter met hun burgers om te gaan. Dat eist wel wat van een gemeentebestuur. We willen graag openstaan voor wat de burger wil, maar hoe organiseer je dat. Hoe werk je met elkaar zonder achter enkelingen aan te lopen, dat is best een worsteling. Natuurlijk weten we wel wat er leeft, je hebt je contacten, maar je werkt voor het hele dorp, dus je moet achterbannen kunnen bereiken. Je moet ook als gemeentebestuur bereid zijn je plannen aan te passen, als je dat niet wilt moet je burgers niet laten participeren. Ja, in zekere zin kom je uit je ivoren toren maar het resultaat is dat je beleid realistischer en werkbaarder wordt. We moeten ook accepteren dat het iets langzamer gaat omdat mensen het wel in hun vrije tijd doen.’ Omdat er ook wettelijke verplichtingen zijn, is inspraak ook weer niet over alles mogelijk.